Pesten, het donker en hoe ik één werd met depressie
- Laura Lambertus

- 6 feb 2025
- 3 minuten om te lezen
Ik wil meer delen over mijzelf. En vooral over hoe ik het donker overwon. En daarmee wil ik het donker niet veroordelen. Want ook dat mag er zijn. Als ik dat niet zou accepteren, zou ik een deel van mij wegduwen. En we weten allemaal wat er gebeurt als je een bal onder water probeert te duwen. In deze blog neem ik je mee in mijn donkere delen.
Eerst wil ik iets tegen mijzelf en tegen alle mensen die donkere periodes hebben overwonnen zeggen. “Ik ben trots op je voor wat je hebt bereikt.”
Vaak zijn het stille overwinningen waar niet over gesproken wordt, waar je geen diploma voor haalt en waar je geen prijzen mee wint. Dat betekent niet dat dit niet hele grote dingen zijn.
Daar gaan we dan.
Heel lang heb ik in het donker gezeten. En dat begon toen ik 7 jaar was. Ik verhuisde van de stad naar een dorp. Op mijn nieuwe basisschool werd ik buitengesloten en uitgelachen. Voor wie ik was. Ik betrok het op mijzelf. Ik kende dit helemaal niet. Ik schaamde me voor wie ik was. En snapte niet waarom ik er niet gewoon bij mocht horen en mee mocht doen. Waar ik ooit een open en vrij kind was, werd ik nu een angstig meisje. De wereld om me heen voelde zwaar, lelijk en donker. Mijn nieuwe huis voelde ook als donker aan. Het was een boerderij met in mijn beleving weinig licht. Dit was misschien niet het geval, maar zo voelde het voor mij. Ik was alleen, afgezonderd van mijn vriendinnen in de stad.
In die tijd werd ik steeds somberder, donkerder. Gelukkig mocht ik wel weer terug naar mijn vorige basisschool. Maar het donker bleef. Ik weet nog dat ik ooit tegen mijn moeder zei: “hoe voelt het eigenlijk om gelukkig te zijn?”. Ik denk dat ik toen een jaar of 11 was. Ik was het gevoel al helemaal kwijt. Op de middelbare school ging het buitensluiten en pesten door. Ik voelde me heel lelijk, slecht mens en werd suïcidaal. Althans, ik dagdroomde ervan maar ik kon het nooit doen. Ik bedacht me altijd: zouden er mensen op mijn begrafenis komen? Misschien alleen mijn familie.
Het is raar hoe depressie werkt. Het is je heel slecht voelen en niet weten hoe je eruit komt. Je hoofd bedenkt allerlei redenen waarom jij het niet verdient gelukkig te zijn. Het idee dat je er ooit uit kan komen voelt ook niet goed. Want je verdient het om zo ongelukkig te zijn. Toch?
En op een gegeven moment weet je eigenlijk ook niet beter. Misschien hoort het wel zo te zijn, hoort het bij jou. Dan begint de identificatie met het donker. Althans voor mij. Wie ben ik zonder het donker? Het idee daarvan maakte me angstig. Het is namelijk ook wel vertrouwd om je verdrietig te voelen. En daarnaast schoot ik in de bekende slachtofferrol. Want als je jezelf kan veranderen en je weer gelukkig kan voelen… Tja dat is het wel heel makkelijk. Dan lijkt het bijna alsof hetgeen me is overkomen teniet wordt gedaan. Alsof er niet een wezenlijk deel van mij is afgepakt. Alsof het afpakken van mijn geluk, dat ik dat eigenlijk zelf in de hand heb. Nee, het is de schuld van de pesters. Dus ik blijf waar ik ben.
Je hoort het al. Mijn hoofd heeft een verhaal geproduceerd om in eerste instantie me te beschermen. De buitenwereld liet zien dat ik niet goed genoeg was, dus dan zal het wel zo zijn. Als ik dat overneem klopt mijn innerlijke weer met het uiterlijke. Dat is wat kinderen doen, omdat ze nog niet kunnen relativeren. Daarna werd ik zelf mijn ergste pester. Ik herhaalde allerlei lelijke dingen in mijn hoofd. Ik wilde ontsnappen zodat ik niet meer hoefde te voelen. Want dat gevoel beangstigde me en deed te veel pijn. Omdat ik dat niet kon heb ik mijzelf maar verzoend en geïdentificeerd met het donker. Om ermee om te kunnen gaan. Ik ben donker en ik verdien het niet om geluk te ervaren. Dat was mijn nieuwe “ik”.




